Jolien Veldwijk – Peacebuilding Initiatives Rotating Header Image

Zelfhelpgroepen bieden Afghaanse vrouwen hoop

In Afghanistan woeden al tientallen jaren oorlogen. Al die tijd zijn vrouwen het slachtoffer geweest van onderdrukking en seksuele uitbuiting. Toen het Westen in 2001 Afghanistan binnenviel, gebeurde dat om de bevolking, vooral de vrouwen, te bevrijden van de taliban. Dat dit doel nog niet is bereikt, hebben de recente aanslagen duidelijk gemaakt. Toch is er nog hoop voor de vrouwen van Kabul.

KABUL – Al sinds de inval van het Westen in Afghanistan zijn er verschillende mensenrechtenorganisaties en andere non-gouvermentele organisaties (ngo’s) actief in Kabul om het leven van de vrouwen te verbeteren. Ook is er nu een nieuwe grondwet, die mannen en vrouwen gelijkstelt. Toch is er praktisch gezien nog niet veel veranderd.
Volgens de Verenigde Naties sterft er in Afghanistan elke 29 minuten een vrouw als gevolg van complicaties met zwangerschap of geboorte (het hoogste aantal ter wereld), gaat maar één op de twee kinderen naar school, is maar één op de drie schoolgaande kinderen een meisje en stopt van die schoolgaande meisjes driekwart met naar school gaan voordat ze in groep vijf zitten. Daarnaast heeft ruim 85 procent van de vrouwen geen opleiding gevolgd en is bijna 79 procent analfabeet.

Allerarmsten
Toch is er hoop voor de vrouwen van Kabul. Verschillende ngo’s, zoals ORA International, Women for Hope, Korean Foundation for World Aid en Op/Mercy hebben vier jaar geleden ‘zelfhelpgroepen’ ingevoerd, ter verbetering van de positie van de vrouw, zowel in publiek als in privé-opzicht. Deze groepen zijn er alleen voor de allerarmsten, voor vrouwen die zelfs niet in aanmerking komen voor microkrediet, omdat er niemand voor hen garant kan staan.

De groepen worden samengesteld op basis van vrouwen die in dezelfde straat wonen, bij dezelfde put hun water halen. Elke groep bestaat uit vijftien tot twintig vrouwen. Elke week moeten de vrouwen vijf afghani’s (twintig dollarcent) inleggen. Na een aantal maanden mogen de vrouwen, na het bespreken van hun bedrijfsplan, bij toerbeurt een bedrag lenen om een eigen bedrijfje te beginnen. Zo zijn er vrouwen die eieren koken, die hun kinderen dan kunnen verkopen op straat. Ook is er een vrouw een winkeltje in tweedehands kleding begonnen; een groot gat in de markt is bovendien het weven van tapijten.

Discipline
Aan de vrouwen wordt ook het belang van discipline bijgebracht. Zo zijn er een aantal regels waaraan voldaan moet worden, zoals het op tijd naar de wekelijkse vergaderingen komen en het op tijd terugbetalen van de lening-in-termijnen. Door oefeningen met elkaar te doen, leren de vrouwen goed te communiceren en wordt hun zelfvertrouwen opgebouwd. Zo leren ze meer over onderlinge relaties in de familie en hoe ze daarin stukje bij beetje verandering kunnen aanbrengen. Ze kunnen bepaalde wensen op tafel leggen en bespreken – bijvoorbeeld het op bezoek gaan bij familie, of het zelf boodschappen doen – en krijgen zo soms meer vrijheid en inspraak. Ook plaatsen ze nu vraagtekens bij algemeen geaccepteerde kindhuwelijken.

Als de groep sterk genoeg is, kunnen er na een jaar twee vertegenwoordigers gekozen worden om toe te treden tot een ‘zelfhelpcoöperatie’. Dat is een vervolg op de zelfhelpgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van verscheidene zelfhelpgroepen uit dezelfde wijk. De doelstellingen van de coöperaties zijn van een meer politiek niveau.

De vrouwen die de zelfhelpgroepen vertegenwoordigen in een zelfhelpcoöperatie, gaan praten met lokale autoriteiten en relevante bedrijven, om hun wensen en noden kenbaar te maken. Zo was er in de wijk Kartenau een probleem met de watervoorziening. Een watertruck kwam twee keer per week water afleveren, maar er was nooit voldoende en steevast braken er braken ruzies uit tussen de kinderen die het water voor de familie moesten ophalen.

De coöperatie van de desbetreffende wijk heeft toen een afspraak gemaakt met het hoofdkantoor van de watervoorziening. Doordat ze namens zoveel vrouwen spraken, kregen de vertegenwoordigers het voor elkaar dat de watertruck nu vier keer per week water komt afleveren, in plaats van twee keer.

Vrouwentuin
Vorige week vond de opening plaats van een bijzonder project, namelijk een vrouwentuin/bazaar. De leden van verschillende zelfhelpgroepen en hun coöperatie konden dankzij een eenmalige donatie via ORA Nederland, in de tuin van hun kantoor een bazaar openen alléén voor vrouwen. Hier kunnen vrouwen ongestoord hun koopwaar verkopen in hun eigen winkeltjes. Er is maar één andere plek waar dit kan, helemaal aan de andere kant van de stad. De vrouwen achter de nieuwe vrouwentuin hebben dit project zelf ontworpen en uitgevoerd en houden het ook zelf in stand. Dat toont hoezeer hun positie inmiddels is versterkt.

De verdubbeling van de watertoevoer en de vrouwentuin zijn maar een paar voorbeelden van mogelijke verbeteringen voor de Afghaanse vrouw. Er blijkt uit dat er zelfs voor de allerarmste vrouw in Kabul nog hoop is. Belangrijk is wel dat het Westen ziet dat het de vrouwen van Kabul niet kan redden zoals een ridder op het witte paard zijn dame redt.

Het verkrijgen van keuzevrijheid, is niet iets dat in een potje op een plank in de supermarkt te koop is. Vrouwen moeten zelf vechten voor de versterking van hun positie. Zij moeten zelf initiatief nemen om de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Het beste dat het Westen kan doen is het aandragen van methodes om deze keuzevrijheid te verkrijgen. De benadering zoals in zelfhelpgroepen is hiervan een bijzonder voorbeeld.

De pas geopende vrouwentuin met winkeltjes in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Gewoonlijk mogen er – behalve de bewaker – geen mannen in de tuin komen, maar op de openingsdag was dat even anders. Vandaar dat op deze foto wel een man te zien is. | foto Jolien Veldwijk

Comments are closed.